Ziektes en Insecten

Appelblad- en perenbladgalmug.

De appelbladgalmug en de perenbladgalmug kunnen soms in jonge aanplanten en in de vruchtboomkwekerij aantasting veroorzaken. Bladgalmuggen zijn kleine muggen, 2 mm lang, die in de scheuttoppen hun eieren afzetten. Meer info externe link.

Appelbladmineermot Appelbladmineermotten zijn kleine motjes waarvan de larven gangen (mijnen) maken in het blad door het bladmoes op te eten. Daardoor vermindert de fotosynthesecapaciteit van het blad en bij ernstige aantasting zal het blad afsterven.

Appelbloedluis (appel)Aantasting door appelbloedluis is duidelijk te herkennen aan het witte, wollige pluis dat op ruwe plekken aan de stam te vinden is, of ook op takken en zelfs op 1-jarige scheuten. Dit pluis is plakkerige was, die door appelbloedluis afgescheiden wordt.

Appelbloesemkeveri een insect dat opvallende aantasting geeft, maar die aantasting hoeft niet altijd tot economische schade te leiden.

Appelglasvlinder. De appelglasvlinder kan ernstige schade veroorzaken door het boren van gangen in het hout, meestal op de stam of de onderstam.

Appelgrasluis. Appelgrasluis kan in grote aantallen voorkomen in de boomgaard, maar vormt zelden een plaag. In het vroege voorjaar kunnen de knoppen bedekt zijn met luizen. Later wordt aantasting zichtbaar aan het krullen van de rozetbladeren.

Appelhoekmijnmot. Bladmineerders zijn kleine motjes waarvan de larven gangen (mijnen) maken in het blad door het bladmoes op te eten. Daardoor vermindert de fotosynthesecapaciteit van het blad en bij ernstige aantasting zal het blad afsterven.

Appelvouwmijnmot. Bladmineermotten zijn kleine motjes waarvan de larven gangen (mijnen) maken in het blad door het bladmoes op te eten. Daardoor vermindert de fotosynthesecapaciteit van het blad en bij ernstige aantasting zal het blad afsterven.

Appelzaagwesp. De volwassen appelzaagwesp is 6 mm lang, oranje van kleur, met zwarte doorschijnende vleugels. De appelzaagwesp zit vaak verscholen tussen de bloemen en vliegt bij zonnig weer. De eieren zijn wit, bijna 1 mm lang en iets gekromd.

Bacterievuur. Snelle verwelking en verdroging van jonge scheuten en bloesems, vaak met een ‘vaantje’ aan de gekromde top. Vervolgens afsterving van takken en vuilwitte druppeltjes bacterieslijm op de bladstelen en scheuten.

Bladsnuitkevers. Er zijn vele soorten bladsnuitkevers die aantasting veroorzaken op houtige gewassen en vaste planten. De kevers zijn algemeen voorkomend en hebben vaak veel waardplanten.

BloedvlekkenluisBloedvlekkenluis is een plaag die meestal slechts pleksgewijs op enkele bomen voorkomt in een boomgaard. Het blijkt vaak dat de plaag jaar op jaar in dezelfde bomen voorkomt. Bloedvlekkenluis maakt gallen in het blad.

Fruitmot. Fruitmot is wereldwijd een belangrijk plaaginsect in appel en peer. In Nederland heeft de fruitmot één en in lange warme zomers twee generaties per jaar.

Fruitspintmijt. Fruitspintmijt kan bij afwezigheid van natuurlijke vijanden een belangrijke plaag vormen in de fruitteelt en de vruchtboomkwekerij. De mijten zuigen aan de onderkant van de bladeren de cellen leeg.

Gestippelde houtvlinder. De gestippelde houtvlinder kan ernstige schade veroorzaken doordat de rups gangen boort door het merg van takken, waardoor de takken kunnen afsterven.

Groene appeltakluis. Tot eind juni zijn in een volgroeide boomgaard weinig groene appeltakluizen te vinden. Aantasting wordt vooral in de zomer zichtbaar, wanneer de scheuttoppen vol kunnen zitten met luizen.

Groene appelwants is in heel Europa een algemeen voorkomend insect met een brede waardplantenreeks. In de zomer komen ze regelmatig voor in gewassen die onder glas worden geteeld zowel in vruchtgroenten als bloemen

Grote appelbladroller. Bladrollers zijn wijdverspreide insecten waarvan de rupsen schade kunnen aanrichten in diverse fruitgewassen. Schade ontstaat vooral doordat de bijna volgroeide rupsen vreten aan de knoppen, de bloemen of de jonge vruchtjes.

Heggebladroller. De heggebladroller is een wijdverspreid insect waarvan de rupsen schade kunnen aanrichten in diverse fruitgewassen. Schade ontstaat doordat de rups vreet aan de bloemblaadjes en deze samenspint.

Kanker (appel, peer)Vruchtboomkanker kenmerkt zich door een aantasting van twijgen en takken. Er ontstaat eerst een inzinking en de bast verkleurd iets donkerder. Ter plaatse sterft het weefsel af en soms ontstaat rond de plek enige weefselwoekering.

Kleine wintervlinderDe kleine wintervlinder is een algemeen voorkomend en wijdverspreid insect, waarvan de rupsen schade kunnen veroorzaken aan veel loofgewassen, waaronder fruitbomen.

KokermotBladmineermotten zijn kleine motjes waarvan de larven gangen (mijnen) maken in het blad door het bladmoes op te eten. Daardoor vermindert de fotosynthesecapaciteit van het blad.

KommaschildluisKommaschildluis dankt zijn naam aan het kommavormige schild dat de luis over zich heen vormt. Het schild is 2 tot 3,5 mm lang, plat, lijkt qua vorm op een mossel en heeft een grijsbruine kleur.

KoolbladrollerDe koolbladroller is een algemeen voorkomend en wijdverspreid insect waarvan de rupsen schade kunnen aanrichten in uiteenlopende gewassen. Forse schade kan ontstaan aan bladeren, bloemen en de jonge vruchten.

LoodglansLoodglans vormt een belangrijke ziekte in pruim. Er zijn geen bestrijdingsmiddelen voorhanden tegen deze schimmel. Bladeren aan zieke bomen vertonen een grijze loodkleur.

Meeldauw (appel, peer)Echte meeldauw veroorzaakt aantasting op bladeren en vruchten van appel en peer. Op de bladeren groeit in het voorjaar wit schimmelpluis, meestal aan de onderkant van het blad. Je kunt het schimmelpluis er af wrijven.

Monilia vruchtrotMonilia rot treedt op in de boomgaard en tijdens de bewaring. Vooral pruimen en kersen, die na regen kunnen barsten, zijn erg gevoelig voor Monilia-rot. Op de rottende vruchten ontstaan karakteristieke concentrische ringen van geelbruine sporenhoopjes.

Oestervormige schildluisDe oestervormige schildluis komt vooral voor in boomgaarden waar niet of met selectieve middelen gespoten wordt. De oestervormige schildluis veroorzaakt geen schade aan de boom.

PerenknopkeverWanneer de perenknopkever in een aanplant toeslaat, kan aantasting van jaar tot jaar sterk toenemen en voor grote productieverliezen zorgen, wanneer geen maatregelen worden genomen.

RingelrupsDe ringelrups dankt zijn naam aan de ring van eieren die om een tak heen gewikkeld zit. De mot is ongeveer 25 mm lang, lichtbruin, met een donkerder bruine, scherpbegrensde dwarsband over de vleugels.

RodeknopbladrollerDe rode knopbladroller is een wijdverspreid insect waarvan de rupsen schade kunnen aanrichten in diverse fruitgewassen.

RoestmijtRoestmijt kan bij afwezigheid van natuurlijke vijanden een belangrijke plaag vormen in de fruitteelt en de vruchtboomkwekerij. De mijten zuigen aan de onderkant van de bladeren de cellen leeg.

Roze appelluisDe roze appelluis is de schadelijkste luizensoort op appel. In het voorjaar verschijnen de eerste stammoeders in maart/april en maken een gal, een sterke opkrulling in het jonge blad. De luizen zitten vaak in de gal.

Schurft (appel)Op bladeren, takken, stengels en vruchten worden olijfgroene, bruingrijze tot zwarte vlekken gevormd. Op de takken vormen zich ruwe plekken.

Schurft (peer)Schurft bij appel (Venturia inaequalis) en schurft bij peer (Venturia pirina) zijn de meest bekende schimmelziekten bij appel en peer. Naast aantasting van de bladeren veroorzaakt vooral de aantasting van de vruchten de economische schade.

StambasisrotStambasisrot is een necrose van de stambasis van de boom die zich vervolgens verder uitbreidt naar boven toe. Ze veroorzaakt een achterstand van de vegetatie en een vertraging van de groei van de boom; ze komt vooral voor bij de variëteit Cox’s Orange Pip

VoorjaarsuilenVoorjaarsuilen behoren tot een groep van op elkaar lijkende soorten motten, met een overeenkomstige levenscyclus.

VruchtbladrollerDe vruchtbladroller is een wijdverspreid insect waarvan de rupsen aantasting kunnen veroorzaken in diverse fruitgewassen, maar ook op andere gewassen waaronder sering en liguster. De vruchtbladroller is zeer polyfaag.

VruchtboomkankerVruchtboomkanker kenmerkt zich door een aantasting van twijgen en takken. Er ontstaat eerst een inzinking en de bast verkleurd iets donkerder.

Vruchtrot (Botrytis)Botrytis rot, ook wel `grauwe schimmel’ genoemd, treedt op tijdens de bewaring. Het rot woekert vrij snel voort en de aangetaste plek is lichtbruin verkleurd. Geheel rotte vruchten zijn erg zacht.

Vruchtrot – GloeosporiumGloeosporium rot treedt op tijdens de bewaring. Plekken van Gloeosporium vruchtrot zijn rond, iets ingezonken en bruin met in het midden een lichtergekleurde cirkel.

Vruchtrot – PenicilliumPenicillium rot ontstaat tijdens de bewaring. Op de vruchten ontstaan ronde, bruine plekken, vaak bij de neus of rondom een verwonding. Het rot is zacht en waterig. Geheel rotte vruchten zakken in elkaar.

Vruchtrot – PhytophthoraPhytophthora vruchtrot treedt meestal op tijdens het groeiseizoen bij fruit wat aan laaghangende takken aan de boom hangt en bij fruit wat op de grond ligt.

Zuringbladwesp. Volwassen zuringbladwespen komen zeer verspreid voor en je zult ze in het fruitgewas tijdens het seizoen niet tegenkomen. De schade aan de vruchten is wel heel kenmerkend. Vanaf september, kort voor de pluk, treedt die op.

Bron; De Bongerd Groote Veen

%d bloggers liken dit: